+32 474/28.76.38 Park den Brandt, Antwerpen (Ingang: Acacialaan)Atlantikwall | Luchtoorlog | V-Wapens

Reichenberger overlevers

Van de 175 geproduceerde Reichenbergers zijn er nog maar enkele originele overlevers.
Eén van hen is van de stad Antwerpen, geschonken door de bevelhebber van Antwerp X.

Generaal Claire H. Armstrong, bevelhebber van haar verdediging tegen de V1, schonk de geteisterde stad dit uitzonderlijke vergeldingswapen.

In 1945 werd deze “Wasserlaufer”, een variant tegen zeedoelen, tijdens de S.H.A.E.F. expo tentoongesteld aan het Steen.
Vooraan werd hij ondersteund met een transportklem voor de vleugels en boegspits.

Na W.O.2 verdween hij 50 jaar in een stadsmagazijn waar hij, net als enkele V1’s , niet bepaald in optimale omstandigheden opgeslagen lag.

De Reichenberg zoals hij in 1990 opgeslagen lag tussen steenopslag, de instrumenten verdwenen net als de meeste verf. Ook de triplex vleugels met kenmerkende rolroeren waren er slecht aan toe, eentje werd zelfs gebruikt om de met metaal beklede vleugels te ondersteunen.

Onderaan de transportklem die aan het Steen als steun vooraan diende.
De foto uit het magazine Signaal toont hoe deze normaal gebruikt werd.

In 1994 werd hij nog eens van onder het stof gehaald en ik elkaar gestoken om bij herdenkingen rond 50 jaar bevrijding te dienen.

De romp werd terug samengevoegd en hij werd opnieuw in de verf gezet, blijkbaar echter zonder de binnenzijde te behandelen tegen roest.

In 1998 kwamen er bij de stad Antwerpen 2 aanvragen tot bruikleen binnen voor de Reichenberger, één uit Antwerpen en één uit Frankrijk.
Die van het Stampe en Vertongen museum in de luchthaven van Deurne, waar ook een V1 tentoongesteld staat, werd geweigerd en de Re4 vertrok naar Frankrijk. Daar werd hij in het La Coupole museum, nabij Saint-Omer, opgehangen hoewel bronnen ons vertellen dat dit momenteel niet meer het geval is. Mogelijk heeft men na zo’n 20 jaar besloten eindelijk iets aan de roestproblemen te doen die in deze hangende opstelling duidelijk blijken. Verrassend zijn deze problemen niet gezien de gebrekkige behandeling tegen roest voor de montage.

Wij hopen uiteraard dat het stuk de professionele restauratie krijgt die het verdient en ooit terug kan keren naar Antwerpen, de stad waar hij aan geschonken werd door haar beschermer, als herinnering aan haar historische band met de waanzin der “Vergeldingswapens”.

 

Andere Reichenberg overlevers.

Van de Reichenberg overlevers werd niet alleen de Antwerpse na de oorlog slecht bewaard. Er was meestal heel wat restauratie nodig om ze in de conditie te krijgen waarin ze nu in musea te bekijken zijn.

Lashenden Air Warfare Museum. (Kent, Verenigd Koninkrijk)

“#85” werd in de jaren 1970 op het nippertje gered van de verschroting en na enkele restauraties nu, sinds 2017, opgesteld in een nieuwe, eigen hal.

Klik hier om naar de Re4 pagina van het museum te gaan.

Net als de Antwerpse Re4 stond ook deze in 1945 op een tentoonstelling (Farnborough, Verenigd Koninkrijk).

Aangezien de Re4 geen boeg had monteerde men die van een onbemande V1. In tegenstelling tot alle andere vliegtuigen kreeg het toestel geen “Air Ministry” nummer maar werd het als bom naar de ontmijningsdienst gestuurd voor gebruik bij scholing.

Hij werd overgebracht naar een school van de ontmijningsdienst bij Horsham waar hij naar een gewone V1 verbouwd werd.

Hoewel hij dus zeker nuttig gebruikt werd kan men zich toch de vraag stellen of men geen gewone V1 had kunnen gebruiken i.p.v. het zeldzame stuk dat men eerder tentoongesteld had. Het cockpitdak verdween er en na een tijdje moest hij wegens plaatsgebrek buiten staan.

De omgebouwde Re4 als V1 te Horsham, 1960.
© Lashenden Air Warfare Museum

Met andere V-wapens op een expo te Horsham in 1960.

In 1966 verhuisde hij naar een ontmijningsschool in Chattenden en een jaar later naar Fort Clarence, Rochester. Hier kreeg hij een namaak cockpitdak, een dikke laag zwarte verf en werd hij buiten op een stuk Bailey-brug opgesteld.

In 1970 kwam de redding wanneer het toen net opgerichte “Lashenden Air Warfare Museum” hem opnam in de collectie. Net op tijd…

Tijdens een zoektocht naar bommen voor hun nieuw museum vroegen ze wat de plannen waren met de Re4 in Fort Clarence. Gezien de erbarmelijke staat waar deze ondertussen in verkeerde was het antwoord “de schroothoop” dus vroegen ze of hij in de nieuwe collectie mocht opgenomen worden. Ze kregen toestemming, namen hem snel ophalen en voerden een voorlopige restauratie uit tot er fondsen genoeg waren voor een volwaardige.

Na genoeg fondsen verzameld te hebben ging de Re4 in 2009 naar Duitsland voor een professionele restauratie door specialisten.

Het Auktionshaus für historische Technik is gespecialiseerd in het restaureren van vliegtuigen uit W.O.2 en werkte rond deze tijd ook aan een tweede Re4 die nu in Zwitserland staat.
In de lijst rechts vindt u enkele artikels over hun Re4 restauraties.
In München werd hij volledig onder handen genomen, ontbrekende instrumenten en een nieuwe boegspits voor de versie tegen landdoelen werden toegevoegd. In 2013, na een jaar in Duitsland tentoongesteld geweest te zijn, kwam hij terug naar Engeland.
Naast de restauratie was er ook geld ingezameld voor een nieuw onderkomen in het museum dat in 2017 klaar was.

Hopelijk een bron van inspiratie voor het Antwerpse stadsbestuur!

 

Nationaal Militair Museum. (Soesterberg, Nederland)

Goed onderhouden doch herschilderde variant voor landoelen. In 2005 vertrokken uit Delft en opgeslagen in Soesterberg.

Klik hier om naar de Re4 pagina van het museum te gaan.

Tot de verhuis was hij sinds de jaren 1980 te zien in de indrukwekkende collectie van het Armamentarium te Delft.


 

Canadian War Museum. (Ottawa, Canada)

Variant voor landdoelen die in 1945 naar Canada werd gebracht door kapitein Farley Mowat’s “Intelligence Collection Team” (in restauratie).

Geen Re4 pagina van het museum te vinden!

Aanvankelijk stond hij op de RCAF Station in Trenton, Ontario.

Op de linkse foto staat hij er op de Air Force Day van 16 juni 1947.
© Library and Archives Canada Photo, MIKAN No. 3584067

De rechter foto dateerd van 9 juni 1951.
© Library and Archives Canada Photo, MIKAN No. 3584520


Later verhuisde hij naar het Canadian War Museum waar hij al een tijd in restauratie is maar nog wel zichtbaar zou zijn voor het publiek.

 

Flying Heritage Collection. (Washington, Verenigde Staten)

In de jaren 1990 gevonden in de Mittelwerk fabriek via een nieuw ontdekte ingang, in 2001 toegevoegd aan de museumcollectie. Gemarkeerd als “#29”.

Klik hier om naar de Re4 pagina van het museum te gaan.

De Re4, eigendom van miljonair Paul Allen, verhuisde in 2008 van het Arlington Airfield naar het museum van de Flying Heritage Collection.

Ook hier werd hij opgesteld met een transportkap in plaats van een boegspits met ontsteker.

 

Zwitsers Legermuseum. (Full, Zwitserland)

“#27” lag na de oorlog in Tsjecho-Slowakije waar hij in 1997 door een verzamelaar gekocht werd, in 2015 eindigde hij in Zwitserland.

Klik hier om naar de online info van het museum over hun Re4 te gaan.

Gered van de schroot door een handelaar in oude spullen lag hij er tot de ontdekking in 1997 opgeslagen.

De verzamelaar verkocht zijn vondst waardoor de Re4 tegen 2010 in Duitsland belandde waar hij ook gerestaureerd werd. Dit gebeurde door Auktionshaus für historische Technik, dezelfde firma die ook de Re4 van het museum in Lashenden onder handen nam.
In de lijst onderaan vindt u enkele artikels over hun Re4 restauraties.

Ook de Lashenden Re4 is op enkele foto’s te zien.

In 2015 kocht een Zwitserse verzamelaar het stuk en stelde het ter beschikking van het Zwitsers Legermuseum. Hoewel hij er beschreven staat als een Wasserlaufer , uitgerust met een 38 cm marine granaat van de Bismarck klasse, heeft hij de spitse neus (land- en luchtdoelen).

Alle rechten voorbehouden © vzw Bunker en Vliegtuig Archeo Antwerpen | Links worden aangemoedigd